De natie werd gezien als een groot gezin, waarin alle burgers hun eigen plek hadden. Braafheid, oppassendheid in het werk, eerlijkheid, matigheid en zuinigheid zouden er als vanzelf voor zorgen dat het land als geheel verbeterd zou worden. In Kampen was de Vereniging voor Volks- en Schoolbaden zo’n vereniging’ die de hygiëne van de bevolking hoog in het vaandel had. Het was een semi-overheids instantie, dus toen Dirk van Dijk benoemd werd als beheerder van het bad, moest hij zijn wethouderschap opgeven. Pas later werd die regel veranderd en kon hij toch weer als wethouder zijn partij vertegenwoordigen. Het badhuis werd dus opgericht. Bij gebrek aan baden en douches was het met de ‘reinheid’ van de Kampenaren niet best gesteld. Eén keer per week in de wastobbe met het hele gezin was toch wel gebruikelijk. Om dat ’s winters niet te koud te laten zijn, werd de teil voor de kolenkachel gezet.
Het badhuis kwam op de plek, waar eerder een kleuterschool had gestaan. Die school was, bij gebrek aan kinderen, afgebroken.