19 mei 1950 Urgentie

19 mei 1950 Urgentie

image209

Urgentie:

 

Een autobus stopt voor een perceel in de Almondestraat te Rotterdam. Een aantal journalisten stapt uit om een bezoek te brengen bij een KNIL- sergeant.
Hij is 29 Maart gerepatrieerd en heeft op 17 Maart reeds een brief gekregen van het hoge commissariaat van de RIS, hoofdafd. sociale zaken,
2e kamer (het klinkt allemaal zo gewichtig), getekend door de heer Feenstra, dat de gemeente Rotterdam is uitgenodigd om hem als woningbehoevende zo mogelijk met voorrang aan passende woonruimte te helpen. Nu zit Rotterdam niet dik in zijn woningen, zodat dit zo mogelijk een aardig stukje elastiek is, waaraan getrokken wordt. De sergeant, die 23 jaar lang niet in Nederland is geweest, is bij zijn moeder,
een hartpatiënt, ingetrokken. Hij heeft een vrouw met vier kinderen van 18-6 jaar. De woonruimte is een voorkamer met alcoof en keuken.
Oma slaapt in de kamer. Dat mag toch wel. De kinderen in de alcoof en vader en moeder op de grond. En het huisvestingsbureau is op de brief van de hoge commissaris actief geworden. Ze zouden zo gauw mogelijk komen kijken. En bang dat zo gauw mogelijk verkeerd werd uitgelegd,
werd er bij gezegd, in ieder geval binnen veertien dagen. In ieder geval………. In dit geval zijn ze in zes weken nog niet geweest.
Wat blijft er van toezeggingen, dat er voor de KNIL- mensen zou worden gezorgd over? Niets. We gaan naar Den Haag. Daar woont een gerepatrieerde weduwe van een hoofdambtenaar met twee volwassen kinderen in een hokje van twee en een half bij drie meter. De moeder slaapt in bed, het meisje naast het bed in dekens op de grond.
Een bed kan op de grond niet liggen, daar is geen ruimte voor.
De jongen, die op de MTS is, kon boven in een hokje slapen. Als tafel moet een dienbak dienen, die kan opgeklapt worden. Daar woont de weduwe al drie jaar. Drie jaar in een met flarden gestoffeerde kamer in de Archimedesstraat. Zonder verwarming. De huur voor dit kot is fl 65,-
‘Ach’, zegt de weduwe, ‘de mensen kunnen het ook niet helpen. Ze hebben ons er toch ook maar ingekregen.
Fl 65,- voor een hok met gebruik van gas, licht en water. Zogenaamd gestoffeerd. Het huisvestingsbureau zegt, dat ze zelf een andere woning moeten zoeken. Waar?
Maar met een urgentie-verklaring heeft ze nu eindelijk een woning gekregen.

Elsstraat, Den Haag: hier woont een Chinese familie. Hij is leraar M.O. tekenen. Ambtenaar in Nederlandse dienst. Gerepatrieerd naar een land, dat hij niet eens kende.
Maar hij moest, anders was zijn leven niet zeker. Nu zit hij hier met vrouw en drie schoolgaande kinderen.
Een jongetje van twaalf en een meisje van tien slapen in één bed. Aan het voeteneind is ruimte. Daar slaapt vader. Zijn benen op een stoel.
Boven de barang (bagage), een aantal koffers, is een bed gefabriceerd voor moeder met het oudste meisje. De huur is hier schappelijk, maar de woongelegenheid erbarmelijk.
De man leeft nu van wat tekenwerk. Wat is zijn toekomst? Het portret van Koningin Juliana hangt aan de wand. Trouw aan Nederland en Koningin.

In Amsterdam in de Jacob van Lennepstraat woont een gerepatrieerd echtpaar met zes kinderen van 16-23 jaar. Hij had zijn huis met zeven kamers, fl 110,- in Bandoeng,
geruild voor deze woning. Hij moest weg uit Indonesië. Repatriëren. Nu heeft hij een kamertje met alcoof en een keuken voor acht personen.
In de keuken is een bedstede getimmerd met twee bedden boven elkaar. Een paar kinderen samen in een opklapbed in het kamertje, nog een op de grond.
Bij vader en moeder in de alcoof een pleegdochter van 23 jaar. Dat wriemelt door elkaar en weet tot nog toe het hoofd boven water te houden. De vader is thans boekhouder,
de kinderen gaan op H.B.S. of Gymnasium. Of liever gingen, want twee moesten eraf, omdat er thuis geen gelegenheid was om te studeren. Laat nu heus enkele maanden geleden het huisvestingsbureau voor deze mensen een urgentie-verklaring hebben gegeven……. Ze staan op de wachtlijst en hopen op een normaal bestaan, op normale woningverhoudingen, dat doen ze allen, die terugkeren uit Indonesië. Maar hoe vinden zij dat. De monetaire maatregelen heeft hen beroofd van alles, van inkomsten, pensioen, onderdak.
Er heerst een grote morele en materiële nood. Zij, die hier niet direct aan de slag kunnen, verpauperen. Er is steun nodig van alle kanten. Verwacht kan worden, dat binnenkort 60.000 burgers en 8000 KNIL- leden zullen repatriëren. Een groot aantal gezinnen, dat ontredderd en beroofd terug komt uit Indonesië, waar zij heus niet geavonturierd hebben.
Hoe worden al deze mensen aan onderdak, aan kleding, aan een betrekking geholpen?
De woningnood in Nederland is nog steeds een bron van grote ellende. Reeds zijn duizenden gerepatrieerden aan huisvesting geholpen:
de een goed, de ander minder goed. Dan mag hierbij gezegd worden dat meer onder ‘de ander’ dan onder de ‘een’ kunnen worden gerubriceerd………….
Gelukkig worden de gerepatimage217rieerden niet geheel aan hun lot overgelaten. De stichtingen ‘Nederland helpt Indië’ en ‘Pelita’ hebben de handen ineengeslagen en een organisatie gevormd ‘Hulp aan gerepatrieerden’.

Wat doet de regering zal men zich afvragen. Men wil verschillende kampen, Westerbork, Vught, inrichten als doorgangsverblijven naar betere woongelegenheden. De organisaties willen nu de handen uit de mouwen steken. Bijstand verlenen in sociale, economische en morele nood.
De laatste bonte Dinsdagavondtrein in deze maand biedt een prijsvraag, waarbij vijf gezinnen een jaar lang gratis groente kunnen krijgen.
Op elke oplossingskaart dient 50 cent porto extra geplakt te worden. Dat komt de mensen, die uit Indonesië terugkeren en geholpen moeten worden, ten goede.
Of wilt u gironummers? ‘Nederland helpt Indië’ 500500. ‘Pelita’ 515000 beiden Den Haag.

 

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.