3 oktober 1950

3 oktober 1950

Westerling zei, aldus ‘De Volkskrant’, dat Thiessen ‘maar wat opschept, wanneer hij zegt het leeuwendeel gehad te hebben in mijn vrijspraak voor de rechtbank van Singapore’.
De propaganda-vergaderingen, die de heer Thiessen in Amsterdam en Den Haag belegde vond Westerling, ‘allemaal dingen, die het mij alleen maar moeilijker maken. Ik heb bij mijn aankomst in Brussel beloofd mij in België van iedere politieke activiteit te onthouden.
Voor mijn behandeling hier heb ik alleen maar lof en mijn zorgen op het ogenblik zijn, dat ik mijn kinderen uit Indonesië terugkrijg en ik hoop dat Thiessen deze zaak voor mij niet aan het verknoeien is’.
De berichten dat hij financieel aan de grond zou zitten, noemde Westerling volkomen uit de lucht gegrepen. Toen hij in België aankwam heeft hij van twee grote instellingen, waarvan een Nederlandse directie heeft, geld geleend, maar hij kon dat al binnen veertien dagen terugbetalen. Uit Nederland heeft Westerling een aanzienlijk bedrag ontvangen, gedeeltelijk in Belgische francs, gedeeltelijk in guldens.
Een deel ervan is terechtgekomen in bars en nachtclubs. Verschillende Belgische vrienden zorgen voor mijn levensonderhoud’, aldus Westerling, ‘en wanneer het nodig is kan ik heus wel over voldoende geld beschikken’.

Westerling verklaarde een aantal dagen later, dat de mededelingen die zijn advocaat jhr mr Beelaerts van Blokland over een verwijdering tussen hem en de heer Thiessen heeft gedaan niet juist zijn. ‘De volmacht van de heer Beelaerts van Blokland om voor mij op te treden zal worden ingetrokken’, zo heeft Westerling volgens hen verklaard.

 

G.d.M.:
Westerling kwam uiteindelijk in 1952 naar Nederland, werd gearresteerd, maar reeds dezelfde dag vrijgelaten. Nadat hij nog vele malen was verhoord, werd de zaak- Westerling op 5 januari 1955 geseponeerd.
Het was voor Westerling, na zijn dertigste jaar, moeilijk in de burgermaatschappij een vaste positie te vinden. Hij kreeg zijn leven niet op orde. Het bleef bij plannen en goede voornemens. Hij probeerde operazanger te worden, waarvoor hij een beurs van het ministerie van Onderwijs kreeg.
Lange tijd was hij (mede)eigenaar van een Indisch antiquariaat in Amsterdam. Hij was badmeester in het Golfslagbad ‘De Branding’ in Renkum.
Zijn laatste levensjaren werden versomberd door een gevoel van miskenning.
Hij leidde een berooid en teruggetrokken bestaan. Ook fysiek gezien ging het hem niet goed af.
Zijn oorlogsverwondingen bezorgden hem veel last. Volgens zijn oudste dochter Celia bleven de herinneringen aan de oorlog Westerling achtervolgen. Ze sprak later openhartig over haar vader.
‘Hij was zo teleurgesteld hoe de regering hem had behandeld. Hij diende zijn land en daarna werd hij de zondebok. Hij had moeite rond te komen van zijn klein pensioentje.
Ik heb hem nooit als een moordenaar beschouwd’.

Van de Nederlandse overheid kreeg hij na een jarenlange rechtszaak uiteindelijk een volledige uitkering. Raymond Westerling overleed in 1987 op 68-jarige leeftijd in zijn woonplaats Purmerend aan een hartstilstand.

 

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.